Error showing flash-object.
  • asster
  •  » visie
  •  » visie op zorg in het psychiatrisch verzorgingstehuis

visie op zorg in het psychiatrisch verzorgingstehuis 

DE BEGELEIDINGSVRAGEN EN -DOELSTELLINGEN
De hulpvraag en dus de begeleidingsdoelstellingen van de PVT-opname van de bewoner zijn globaal te omschrijven als:

  • De bewoner woont in een milieu met maximale levenskwaliteit gekenmerkt door maximale autonomie in een context van maximale keuzemogelijkheden Hij/zij participeert aan zijn/haar woonsituatie en -organisatie.
  • De bewoner werkt aan zijn/haar herstel, waarbij hij/zij in staat is de persoonlijke beperkingen te herkennen en gelijktijdig te ontdekken over welke mogelijkheden hij/zij nog wel beschikt om een persoonlijk leven uit te bouwen.
  • De bewoner ervaart een dagprogramma dat aangepast is aan zijn/haar beperkte mogelijkheden. De bewoner neemt deel aan de aangeboden activiteiten (arbeid, creatieve ontspanning, ADL…) als deze tot zijn/haar vrije keuze behoren.
  • De bewoner kan voor eventuele psychische, somatische en sociale problemen beroep doen op interne of externe gespecialiseerde hulp De bewoner ervaart dat er samengewerkt wordt aan het oplossen van zijn/haar psychische somatische en sociale problemen.
  • De bewoner kan rekenen op een verderzetting van de evidente goede zorgen en begeleidingen die tijdens de voorgaande (lange) behandelperiode en opname in het APZ werden ontwikkeld. De bewoner ervaart continuïteit van care.
  • Voor de bewoner hoeft opname in het PVT geen eindpunt in zijn/haar leven te betekenen m.a.w. doorverwijzing naar een meer aangepaste woonomgeving blijft mogelijk, afhankelijk van de levensaspiraties van de bewoner. Hoop, in welke vorm dan ook, blijft de drijfveer in het leven van elke mens en dus ook van de PVT-bewoner.
  • De bewoner ervaart alle kansen tot maximale maatschappelijke en familiale (re)integratie Hij/zij ervaart hierbij de familie als een actieve participant.
  • Voor de bewoner bestaat de kans op een positieve evolutie in het functioneren. Dit blijkt uit longitudinale studies m.b.t. het verloop van o.a. schizofrenie Hij/zij mag dan ook rekenen op langetermijnprocessen in zijn/haar geïndividualiseerd begeleidingsplan.

HET BEGELEIDINGSAANBOD
De begeleidende omgeving is steeds bereikbaar om deze mensen bij te staan zowel bij de woonbegeleiding van elke dag als bij hulpvragen die gespecialiseerde zorg veronderstellen.

  •  Het milieugericht psychosociale rehabilitatie gedachtegoed van Bennett en Shepherd is de inspiratiebron voor onze visie op de bewoner en zijn/haar begeleiding. We denken dat de beperkingen tgv. het psychiatrisch deficit best verholpen kunnen worden door aanpassingen van de omgeving aan de disabilities en handicaps van de bewoner.
  • Dit wil niet zeggen dat er geen plaats kan zijn voor resocialiserende trainingen en structurerende dagprogramma’s, maar deze worden enkel toegepast als ze aansluiten bij de mogelijkheden levensbehoeften en motivatie van de bewoner. D.w.z. er is geen totaal vraaggestuurde maar een vraaggerichte begeleiding. M.a.w. een bewoner kan kiezen voor totale inactiviteit maar dit zal niet blindelings gevolgd worden. De doelstelling van de begeleiding zal erin bestaan dat dit “kiezen” ook werkelijk kiezen wordt.
  • Om de bewoner en zijn/haar familie maximaal te laten participeren aan de organisatie van zijn/haar levens- en woonsituatie organiseert het begeleidend team patient staff meetings, bewonersraden familiedagen en regelmatige formele en informele contactmomenten.
  • “Als je me niet kunt genezen, help me dan leven”. Deze noodkreet doet beroep op de communicatieve vaardigheden van de begeleider om de bewoner te helpen bij zijn/haar werk aan zijn/haar herstel. De begeleider helpt de bewoner zijn/haar beperktheden te ontdekken, te aanvaarden en daardoor zicht te krijgen op zijn/haar nog aanwezige mogelijkheden en capaciteiten. Samen gaan ze op zoek naar de levensaspiraties en toekomstperspectieven die nog levendig aanwezig zijn bij de bewoner en samen onderzoeken ze de weg die hem/haar daar naartoe kan brengen. De bewoner wordt alzo gestimuleerd om niet weg te zinken en te verdrinken in de diepe zetel van het PVT.
  • Enkel ver doorgedreven individualisering van de zorg biedt slaagkansen bij de steun aan het persoonlijk herstel van de bewoner. Om dit te realiseren is er een toewijzing van een bewoner aan een begeleider noodzakelijk. Dit is in het PVT de buddytoewijzing. De buddy is de levensbegeleider van de bewoner. De buddy beschikt over een grote dosis warmhartige menselijkheid en mensenkennis, bezit een grote hoeveelheid sociale vaardigheden en aanvaardt de verantwoordelijke buddy-opdracht: het aanbrengen van lichtpuntjes in het (vaak eentonig) bestaan van de bewoner.
  • Wanneer de bewoner wordt opgenomen vanuit een APZ zal het PVT-begeleidingsteam zich maximaal laten informeren door de deskundigen van het ziekenhuis over de afgelegde ziekenhuisweg en de obstakels die op dit parcours werden opgeruimd of net niet werden opgeruimd. De evidente goede zorgen worden als ervaringen overgenomen en gevoegd bij de begeleidingsafspraken.

HET WOONMILIEU

  • In een kleine leefgroep bouwt de PVT-bewoner met de medebewoners een woonomgeving uit. Van de kleinschaligheid maakt de begeleiding gebruik om het samenleven en de bijhorende interacties zo aangenaam mogelijk te laten verlopen. Gelijkwaardigheid is het adagium bij deze woonbegeleiding.
  • Er is aandacht voor bijzondere dagen in het jaar die aanleiding geven tot momenten van samenhorigheid: zowel de momenten van vreugde als de momenten van verdriet worden met elkaar gedeeld en actief beleefd.
  • Vieringen van kerkelijke en profane feestdagen kunnen aansluiten bij de vragen van de bewoner omtrent zingeving en voorkomen, samen met andere feestmomenten, een monotoon bestaan.
  • De bewoner zal in de leefgroep gestimuleerd worden om maximaal deel te nemen aan de gemeenschappelijke huishoudelijke taken van orde en netheid. Om het “thuisgevoel” te optimaliseren krijgt de bewoner de kans om de eigen kamer naar eigen smaak in te richten, rekening houdend met de minimale normen van leefbaarheid. Vanuit deze “thuis” wordt de bewoner gestimuleerd om deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten. Indien mogelijk zal de bewoner een reguliere of andere werkactiviteit opnemen.